bestemmingsplan

Basisbestemmingsregeling Wognum / Balkweiterhoek  2008

 

Voorschriften

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


I N H O U D   V O O R S C H R I F T E N

 

                                                                                                                        blz.

Hoofdstuk I.       Inleidende bepalingen

 

Art. 1    Begripsbepalingen                                                                                        3

Art. 2    Wijze van meten                                                                                          8

 

Hoofdstuk II.      Bestemmingsbepalingen

A. Bestemmingen

Art. 3    Agrarisch(A)                                                                                                9

Art. 4    Gemengd (GD)                                                                                           12

Art. 5    Groen(G)                                                                                                    17

Art. 6    Maatschappelijk (M)                                                                                   18

Art. 7    Sport(S)                                                                                                      20

Art. 8    Verkeer (V)                                                                                               21

Art. 9    Water (WA)                                                                                               22

Art. 10  Wonen (W)                                                                                                23

B. Dubbelbestemmingen

Art. 11    Karakteristieke bebouwing                                                                         27

Art. 12    Archeologisch waardevol gebied                                                                 28

 

Hoofdstuk III.     Algemene bepalingen

Art. 13  Anti-cumulatiebepaling                                                                                29

Art. 14  Algemene bouwvoorschriften                                                                       29

Art. 15  Aanlegvergunningsvereiste                                                                           30

Art. 16  Algemene gebruiksbepaling                                                                         30

Art. 17  Algemene vrijstellingen en regels voor het verlenen van vrijstellingen          30

                         

Hoofdstuk IV       Overgangs- en slotbepalingen

Art. 18  Strafbepaling                                                                                               32

Art. 19  Overgangsbepaling                                                                                       32

Art. 20  Slotbepaling                                                                                                 32

                         

 

Bijlage A:     Bedrijvenlijst (artikel 3 lid 6)

Bijlage B:     Bedrijvenlijst (artikel 5 lid 7)

 

 

 

 

 


HOOFDSTUK I: INLEIDENDE BEPALINGEN

Artikel 1      BEGRIPSBEPALINGEN

 

            1.    a.      het plan:

                           het onderhavige bestemmingsplan;

 

                   b.     de kaarten:

                           de kaarten, deel uitmakende van het plan met nummer 101109-063-01, blad 1 en blad 2 ;

 

                   c.      bouwwerk:

                           elke constructie van enige omvang, van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct, hetzij indirect met de grond verbonden is, hetzij direct steun vindt in of op de grond;

 

                   d.     gebouw:

                           elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;

 

                   e.      bebouwing:

                           één of meer bouwwerken;

 

                   f.      bebouwingsvak:

                           een op de kaart aangegeven vak, geheel of gedeeltelijk omgeven door bebouwingsgrenzen, waarmee gronden zijn aangeduid waarop gebouwen zijn toegelaten;

 

                   g.      agrarisch bebouwingsvak:

                           de in de voorschriften omschreven plaats waarop agrarische bedrijfsbebouwing is toegelaten;

 

                   h.     bebouwingsgrens:

                           een op de kaart aangegeven lijn, welke door gebouwen niet mag worden overschreden, tenzij in de voorschriften anders is bepaald;

 

                   i.      bebouwingspercentage:

                           een op de kaart of in de voorschriften aangegeven percentage, dat de grootte van het deel van een terrein aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd;

 

                   j.      bestemmingsvlak:

                           een op de kaart aangegeven aaneengesloten gebied, geheel door bestemmingsgrenzen omgeven, met één bestemming;

 

                   k.      bestemmingsgrens:

                           een op de plankaart aangegeven lijn, die de grens aanduidt van een bestemmingsvlak;

 

                   l.      bouwperceel:

                           een aaneengesloten stuk grond, waarop krachtens het plan een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegestaan;

 

                   m.     perceelgrens:

                           een grens van een bouwperceel;


 

                   n.     hoofdgebouw:

                           een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn constructie of afmetingen als het belangrijkste bouwwerk valt aan te merken;

 

                   o.      woning:

                           een gebouw, dat dient voor en is ingericht en ingedeeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden;

                             woongebouw:

                                een gebouw, dat meerdere naast elkaar en/of geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid beschouwd kan worden;

 

                   p.     bijgebouw:

                           een op zichzelf staand vrijstaand gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw;

 

                   q.     aanbouw:

                           een aan de zij-, achter- of voorgevel van het hoofdgebouw gebouwd gebouw, al dan niet daarvan geschieden door een wand of muur, welk gebouw door de vorm daarvan onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw;

 

                   r.      beroeps- of bedrijfsuitoefening aan huis:

                           het uitoefenen van een vrij en zelfstandig beroep of het beroeps- dan wel bedrijfsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, verzorgend, educatief, kunstzinnig, technisch, klein-ambachtelijk gebied of daarmee gelijk te stellen activiteiten, niet zijnde detailhandel, prostitutie, seksinrichting  of escortbedrijf en waarbij de woning in hoofdzaak haar woonfunctie behoudt en dat een uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is;

 

 

                   s.      prostitutie:

                           het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding;

 

                   t.      seksinrichting:

                            de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden, zoals: een prostitutiebedrijf, een erotische-massagesalon, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar;

 

                   u.     escortbedrijf:

                           het aanbieden van prostitutie, die op een andere plaats wordt bedreven dan die van waaruit de aanbieding plaatsvindt.

 

                   v.      bedrijfs- of dienstwoning:

                           een woning in of bij een gebouw of op een terrein, uitsluitend bestemd voor (het huishouden van) één of meer personen, wiens of wier huisvesting daar, gelet op de bestemming van het gebouw of terrein, noodzakelijk moet worden geacht;

 

                   w.     agrarische bedrijven:

                           bedrijven, gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren, waarbij onderscheid wordt gemaakt in:

                                1. grondgebonden bedrijven:

                                  bedrijven waarvan de exploitatie geheel of grotendeels (voor meer dan 85% van het bedrijfsinkomen) afhankelijk is van de opbrengst van de ter plaatse of in de directe nabijheid aanwezige gronden;

                           2.    niet-grondgebonden bedrijven:

                                  bedrijven waarvan de exploitatie geheel of grotendeels niet afhankelijk is van de opbrengst van ter plaatse of in de nabijheid aanwezige gronden;

                           en daarnaast in:

                           a.    volwaardige bedrijven:

bedrijven die aan tenminste één arbeidskracht, die in hoofdberoep agrariër is, volledige werkgelegenheid en een aanvaardbaar inkomen bieden en die op de lange termijn levensvatbaar zijn en duurzaam in stand kunnen worden gehouden;

b.        reële bedrijven:

bedrijven die aan één arbeidskracht, die in hoofdberoep agrariër is, werkgelegenheid bieden in de orde van grootte van een halve tot een hele arbeidskracht en overigens perspectief bieden op levensvatbaarheid en duurzaamheid;

c.        deeltijdbedrijven:

bedrijven die werkgelegenheid bieden aan minder dan een halve arbeidskracht, maar die wel een marktoriëntatie hebben en continuïteit in de bedrijfsvoering;

te bepalen volgens de nota “Beëindiging adviestaak microplanologische aangelegenheden” van 16 november 1994 van de Directeur Landbouw, Natuur en Openluchtrecreatie in de provincie Noord-Holland in samenhang met de actualiseringen daarvan in de vorm van publicaties van het Landbouw Economisch Instituut (LEI-DLO).

 

                   x.      neventak:

                           een niet-grondgebonden ondergeschikt onderdeel van een agrarisch bedrijf, in welk onderdeel bedrijfsactiviteiten plaatsvinden die afwijken van de hoofdactiviteit(en) van dat bedrijf en die maximaal 50% van het  bedrijfsinkomen genereren;

 

                   y.      intensieve kwekerij en intensieve veehouderij:

-   intensieve kwekerij: een (deel van een) agrarisch bedrijf, gericht op het telen van gewassen nagenoeg zonder daglicht en geheel of nagenoeg geheel niet afhankelijk van de opbrengst van ter plaatse of in de nabijheid aanwezige gronden;

-   intensieve veehouderij: een (deel van een) agrarisch bedrijf, gericht op het houden of telen van slacht-, fok-, leg-, pels- of andere dieren, geheel of nagenoeg geheel niet afhankelijk van de opbrengst van ter plaatse of in de nabijheid aanwezige gronden;

 

                   z.      sier- en containerteelt:

                           een agrarisch bedrijf gericht op het al dan niet in kassen telen van sierteelt- en andere gewassen waarbij de exploitatie geheel of gedeeltelijk niet afhankelijk is van de opbrengst van ter plaatse of in de nabijheid aanwezige gronden;

 

                   aa.    kas:

                           een bouwwerk, waarvan het dak en de wanden bestaan uit glas of ander lichtdoorlatend materiaal, dienend tot het kweken, trekken, vermeerderen of opkweken van vruchten, bloemen, groenten of planten. Hieronder worden mede begrepen cabrioletkassen en boog- en gaaskassen, voor zover sprake is van bouwwerken in de zin van dit bestemmingsplan, met een plaatsgebonden karakter;

 

                   bb.   glastuinbouwbedrijf:

                           een volwaardig agrarisch bedrijf, gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen waarbij het bedrijfsinkomen van één volwaardige arbeidskracht, bepaald zoals bij het begrip "neventak" geheel of nagenoeg geheel wordt verkregen uit het telen van gewassen in kassen, niet zijnde cabrioletkassen en/of boog- en gaaskassen;

 

                   cc.    teeltondersteunend glas:

                           kassen ten behoeve van een vollegrondstuinbouwbedrijf of bollenteeltbedrijf, waarvan de bijdrage aan de productieomvang in ondergeschikte mate (minder dan 50%) onderdeel uitmaakt van de totale productieomvang van het bedrijf;

 

 

                   dd.   tuin:

                           grond, die gebruikt wordt voor het al dan niet bedrijfsmatig kweken van (sier)gewassen en struiken, (sier)bomen daaronder begrepen, niet zijnde bosbouw c.q. houtteelt;

                  

                   ee.    detailhandel:

                           het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit;

 

                     ee-1.  winkel:

                                een gebouw, dat een ruimte omvat, die door zijn indeling kennelijk bedoeld is te

                                worden gebruikt voor de detailhandel, niet zijnde een supermarkt;

                    

                     ee-2.  supermarkt:

                                een detailhandelsbedrijf dat zich in hoofdzaak richt op het verkopen van voedings-

                                en genotsmiddelen en dagelijkse levensbenodigdheden in een algemeen

                                assortiment,

                                in de vorm van een zelfbedieningszaak;

 

                   ff.     groothandel:

                           het bedrijfsmatig te koop aanbieden, daaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan wederverkopers, dan wel aan instellingen of personen ter aanwending in een andere bedrijfsactiviteit;

 

                   gg.    dienstverlening:

                           het al dan niet bedrijfsmatig verlenen van diensten, niet zijnde prostitutie, seksinrichting of escortbedrijf;

 

 

                   hh.   horecabedrijf:

                           een bedrijf, waar bedrijfsmatig dranken en/of etenswaren voor gerbuik ter plaatse worden verstrekt en/of waarin bedrijfsmatig logies wordt verstrekt, één en ander al dan niet in combinatie met een vermaaksfunctie, met uitzondering van een erotisch getinte vermaaksfunctie;

 

                   ii.     zone:

                           een op de kaart aangegeven gebied, waarvoor bepaalde aanvullende bepalingen gelden;

 

                   jj.      kampeermiddelen:

                             a. tent, tentwagen, caravan of een kampeerauto;

                             b. enig ander onderkomen of enig ander voertuig of gewezen voertuig, of gedeelten

                                  daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde waarvoor ingevolge art. 40 van de

                                  Woningwet een bouwvergunning vereist is, en voor zover deze onderkomens of

                                  gewezen voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht voor

                                  dan wel worden of kunnen worden gebruikt als recreatief nachtverblijf.

 

                   kk.    kamperen:

                           1.    het houden van recreatief nachtverblijf in een kampeermiddel;

                           2.    het plaatsen dan wel geplaatst houden van kampeermiddelen;

 

                   ll.     straatmeubilair:

                           de op of bij de weg behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals verkeerstekens, wegbebakeningen, bewegwijzeringen, verlichting, halte-aanduidingen, parkeerregulerende constructies, brandkranen, informatie- en reclameconstructies, rijwielstandaards, papierbakken, zitbanken, plantenbakken, communicatievoorzienin-gen, gedenktekens en speelplekvoorzieningen, en telefooncellen en abri's;

 

mm.  bestaand:

                           1.    bij bouwwerken: bestaand ten tijde van de ter inzage legging van het ontwerp-bestemmingsplan en opgericht met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet;

                           2.    bij gebruik: bestaand ten tijde van het van kracht worden van het betreffende gebruiksverbod.

 

            2.    Waar in dit plan wordt verwezen naar andere wettelijke regelingen, wordt geduid op die wettelijke regelingen zoals die luiden op het moment van het ter inzage leggen van het ontwerp van dit plan.

 

 


Artikel 2      WIJZE VAN METEN

 

                   Bij de toepassing van deze voorschriften wordt als volgt gemeten:

 

                   1.     lengte, breedte en diepte van gebouwen:

                           tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of tot het hart van scheidsmuren;

 

                   2.     oppervlakte van gebouwen en bouwwerken:

                           tussen de buitenwerkse gevelvlakken en de harten van scheidsmuren, bovengrondse bouwonderdelen vanaf 1,00 m boven peil meegerekend en bij afwijkende vormen: de oppervlakte van de horizontale projectie van het gebouw of bouwwerk;

 

                   3.     (bouw/nok)hoogte van bouwwerken:

                           van het hoogste punt tot aan het gemiddelde peil van het aansluitende afgewerkte bouwperceel, met dien verstande, dat antennes, schoorstenen, lichtkappen en andere technische installaties als ondergeschikt onderdeel van het bouwwerk niet meegerekend worden;

 

                   4.     goothoogte van bouwwerken:

                           1.    van de hoogste horizontale snijlijn van een dakvlak met het daaronder gelegen buitenwerkse dak- of gevelvlak of scheidsmuur tot aan het gemiddelde peil van het aansluitende afgewerkte bouwperceel;

                           2.    bij gebroken dakvlakken (mansardekappen, zijnde niet-horizontale dakvlakken met een daaraan aansluitend eronder gelegen hellend dakvlak):

                                  van de horizontale snijlijn van het onder het daksluitende dakvlak gelegen dakvlak met elk daaronder gelegen buitenwerkse gevelvlak of scheidsmuur tot aan het gemiddelde peil van het aansluitende afgewerkte bouwperceel;

 

                   5.     inhoud van gebouwen:

                           tussen buitenwerkse gevelvlakken, harten van scheidsmuren, buitenzijden van dakvlakken, erkers en dakkapellen en bovenzijde van begane-grondvloeren;

 

                   6.     bruto-vloeroppervlakte (b.v.o.):

                           binnen de gevels van het gebouw inclusief kolommen, trappenhuizen, gangen, liften en toiletten, waarbij de oppervlakten van de diverse verdiepingen bij elkaar worden opgeteld;

 

                   7.     peil:

                           1.    voor gebouwen, waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk aan de weg grenst: de hoogte van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang;

                           2.    in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld.


 HOOFDSTUK II  BESTEMMINGSBEPALINGEN

 

A. BESTEMMINGEN

 

Artikel 3 Agrarisch (A)

 

1. Bestemmingsomschrijving

 

       De op de plankaart voor agrarisch aangewezen gronden zijn bestemd voor:

a.      agrarische bedrijven met een grondgebonden agrarische bedrijfsvoering;

       met daaraan ondergeschikt:

b.      medegebruik als tuin;

c.       infrastructurele voorzieningen;

d.      waterhuishoudkundige voorzieningen;

e.      sloten en daarmee gelijk te stellen voorzieningen;

              met de daarbij behorende:

f.       bedrijfsgebouwen;

g.      bouwwerken, gen gebouwen zijnde.     

           

2. Inrichtingsvoorschriften

 

      a.   In de agrarische bebouwingsvakken, zoals die zijn getekend op de kaart en overeenkomend met de hierna bij d opgenomen tabel mogen agrarische bedrijfsgebouwen, geen kassen zijnde en agrarische bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd volgens lid 3. 

b.       Op de overige gronden mogen geen bouwwerken worden gebouwd, met uitzondering van landhekken (niet hoger dan 1,5 m) en draagconstructies voor fruitbomen (niet hoger dan 2,5 m).

 c.   De bij de aanduidingen Wa, en Wad  behorende bouwmogelijkheden zijn slechts van toepassing indien en zolang het agrarisch bedrijf nog voldoet aan de voor de desbetreffende aanduiding geldende normen voor de mate van volwaardigheid.

 d.    Tabel

Wa  =     volwaardig agrarische bedrijf

Wad =     agrarisch deeltijdbedrijf

 

Adres

Aanduiding

Kerkstraat 96

Wa

Kerkstraat 102

Wad

Nieuweweg 22

Wad

 

3.    Bebouwingsnormen voor agrarische bebouwing

a.      Agrarische bedrijfsgebouwen (geen kassen zijnde) en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogen slechts worden gebouwd in de in lid 2 onder a omschreven agrarische bebouwingsvakken.

b.      In de agrarische bebouwingsvakken met de aanduiding Wad mogen bedrijfsgebouwen worden gebouwd tot een oppervlakte van ten hoogste 250 m2.

c.       De goot- en nokhoogte van bedrijfsgebouwen mogen niet meer bedragen dan respectievelijk 4,5 en 10 m.                       

d.      De bedrijfsgebouwen dienen van een kap te worden voorzien waarvan de helling niet minder dan 10° en niet meer dan 50° mag bedragen.

e.      De afstand van enig gebouw tot de zijdelingse of achterste perceelgrens mag niet minder bedragen dan de hoogte van de naar die perceelgrens gerichte gevel;          

f.       De hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 6 m.

 

4.    Vrijstelling van de bebouwingsnormen voor agrarische bebouwing              

       Burgemeester en wethouders kunnen vrijstelling verlenen van:

a.    het bepaalde in lid 3 sub b voor een oppervlakte aan bedrijfsgebouwen van ten hoogste 500 m2;

b.    het bepaalde in lid 3 sub c voor een goothoogte van maximaal 8 m en een nokhoogte van maximaal 12 m;

c.    het bepaalde in lid 2 sub b voor het bouwen van ten hoogste één agrarisch bedrijfsgebouw (oppervlakte maximaal 50 m2, goothoogte maximaal 3 m, geen plat dak toegestaan en dakhelling tussen 30° en 50°) per agrarisch bedrijf.

d.    het bepaalde in lid 3 sub e voor een kleinere afstand tot de zijdelingse perceelgrens;

e.    het bepaalde in lid 3 sub f voor een grotere hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tot maximaal de hoogte van het hoogste bedrijfsgebouw.

 

  5.   Gebruiksregels

     Tot een verboden gebruik van gronden en bouwwerken als bedoeld in artikel 4 wordt in ieder geval gerekend:

a.      het gebruik als opslag-, los- of laadplaats voor handelsdoeleinden anders dan noodzakelijk voor de agrarische bedrijfsvoering en mits die opslag niet hoger is dan 2 m en niet plaatsvindt vóór de voorgevel (of het verlengde daarvan) van de bij het bedrijf behorende woning of binnen een afstand van de zijdelingse of achterste perceelgrens ter grootte van de hoogte van die opslag;

b.      het bedrijfsmatig ten behoeve van derden vervaardigen of herstellen van goederen, uitgezonderd het verwerken van producten afkomstig van het betrokken agrarisch bedrijf;

c.       het al dan niet bedrijfsmatig uitoefenen van handel en/of detailhandel, uitgezonderd het  kleinschalig en zonder dat daarvoor speciale voorzieningen zijn getroffen (zoals een winkelruimte) uitoefenen van detailhandel in producten, afkomstig van de bij het betrokken agrarisch bedrijf behorende grond;

d.      het opslaan of opgeslagen hebben in enigerlei vorm van goederen, stoffen en materialen van welke soort of aard dan ook, anders dan hiervoor onder a vermeld;

e.      het gebruik ten behoeve van niet-grondgebonden agrarische bedrijven en ten behoeve van niet-agrarische bedrijven;

f.       het gebruik van gronden voor bosbouw (houtteelt);

g.      het buiten (bedrijfs-)gebouwen stallen, parkeren, opslaan of aanwezig hebben, hoegenaamd ook, van boten, auto’s, caravans, vrachtauto’s, aanhangwagens e.d. tenzij dat redelijkerwijs aanvaardbaar kan worden geacht in het kader van wonen (vrachtwagens worden geacht niet in dat kader te passen) of noodzakelijk is voor de agrarische bedrijfsvoering;

h.      wonen, anders dan in (daartoe bestemde) woningen.

 

6.    Vrijstelling van de gebruiksregels

 

       Burgemeester en wethouders kunnen vrijstelling verlenen van het bepaalde in lid 5:

            a.    sub c voor het uitoefenen als neventak van handel (niet zijnde detailhandel) in sierteelt- en containerteeltproducten;

            b.    sub e voor het gebruik ten behoeve van niet-grondgebonden agrarische bedrijven als neventak, niet zijnde intensieve veehouderij, een vis- of wormenkwekerij, een champignonkwekerij of daarmee vergelijkbare bedrijven en qua bebouwing tot ten hoogste 50% van de voor bebouwing in aanmerking komende oppervlakte;

            c.    sub e voor het gebruik van voormalige agrarische bedrijfsgebouwen voor opslag/stalling en voor andere niet-agrarische bedrijfsvoering, mits:

1.      er geen uitbreiding van de bebouwing plaatsvindt;

2.      het gebruik in alle opzichten beperkt blijft tot het gebouw zelf;

3.      er geen detailhandel of handel plaatsvindt, tenzij zeer kleinschalig en incidenteel en dat   niet de hoofdactiviteit van het bedrijf vormt;

4.      het een bedrijf is dat behoort tot een type uit de bij deze voorschriften behorende bijlage A of een daarmee vergelijkbaar type en dat qua verkeers- en parkeeraspecten en milieuhygiënische (hinder)aspecten ter plaatse als passend kan worden aangemerkt, zowel t.a.v. naburige woningen als naburige bedrijven.

 

7.   Aanlegvergunning 

 

Het is verboden om zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (aanlegvergunning) de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren:

het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende apparatuur (artikel 12, lid 2 sub a).

 

 

8. Wijzigingsbevoegdheid

    

1.      Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om met toepassing van artikel 11 van de Wet op de

Ruimtelijke Ordening de bestemming van gronden te wijzigen in die zin dat er geen agrarisch bebouwingsvak als bedoeld in lid 2 sub a meer aanwezig is indien dat noodzakelijk of gewenst is in het kader van het verlenen van een vrijstelling in het kader van de provinciale regeling voor vrijkomende agrarische bebouwing, zoals vastgesteld door Gedeputeerde Staten van Noord-Holland op 26 april 2005.

2.   Op de voorbereiding van een wijzigingsbesluit als bedoeld in lid 1 is afdeling 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.

 

 

 

(terug naar inhoud)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Artikel 4      Gemengd (GD)

 

1.                Bestemmingsomschrijving.

 

De op de plankaart voor gemengd aangewezen gronden zijn bestemd voor

a.      gebouwen ten behoeve van de in dit artikel opgenomen bedrijventabel vermelde bedrijfstypen, waaronder winkels;

b.      bedrijfswoningen, voor zover aanwezig binnen het bestemmingsvlak;

              met daaraan ondergeschikt:

c.       wegen en paden;

d.      groenvoorzieningen;

e.      parkeervoorzieningen;

              met de daarbij behorende:

f.       tuinen, erven en terreinen;

g.      bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

 

Inrichtingen waarvoor ingevolge de Wet geluidhinder rondom het terrein van vestiging een geluidzone moet worden vastgesteld, zijn niet toegestaan.         

 

2. Bouwvoorschriften.

 

a.      Gebouwen dienen te worden gebouwd volgens de bestaande situering en de oppervlakte mag niet meer bedragen dan de in de bedrijventabel vermelde oppervlakte;

b.      De goothoogte en nokhoogte mogen niet meer bedragen dan hetgeen is vermeld in de bedrijventabel;

c.       Bedrijfsgebouwen dienen van een kap te worden voorzien waarvan de dakhelling niet minder dan 15° en niet meer dan 50° mag bedragen, mits de onder b vermelde bouwhoogte niet wordt overschreden;

d.      de afstand van enig bouwwerk c.q. gebouw tot de erfgrens dient gelijk te zijn aan of groter dan de hoogte van dat bouwwerk of – bij een gebouw – van de hoogte van de gevel die naar die erfgrens is gericht, of – als de afstand in de bestaande situatie kleiner is – gelijk aan de afstand in de bestaande situatie;

e.      Ten hoogste 5% van de terreinoppervlakte mag worden gebruikt voor het oprichten van bouwwerken   geen gebouwen zijnde en de hoogte daarvan mag niet meer bedragen dan 2 m;

f.       Voor woningen is het bepaalde in artikel 10 van toepassing.

 

 

  3. Vrijstellingen van de bouwvoorschriften

 

Burgemeester en wethouders kunnen vrijstelling verlenen van het bepaalde in lid 2 voor:

a.      een grotere oppervlakte aan gebouwen, mits dat nodig is voor een goede bedrijfsvoering;

b.      het bebouwen van een grotere terreinoppervlakte met bouwwerken geen gebouwen zijnde en voor een grotere hoogte daarvan;

c.       het plat afdekken van gebouwen;

d.      een kleinere afstand tot de erfgrens.

 

4. Gebruiksvoorschriften.

 

Tot een verboden gebruik van gronden als bedoeld in artikel 16 wordt, onverminderd het in dat artikel bepaalde,  in ieder geval gerekend:

a.      het gebruik als opslag-, los- of laadplaats voor handelsdoeleinden, anders dan ter plaatse noodzakelijk voor de uitoefening van het desbetreffende bedrijf en mits de opslag niet hoger is dan 2 m en niet plaatsvindt vóór de voorgevel (of het verlengde daarvan) van het bedrijfsgebouw, uitgezonderd uitstalling voor de verkoop bij winkels;

b.      tenzij het een winkel betreft: de uitoefening van detailhandel, tenzij zeer kleinschalig en zonder dat daarvoor speciale voorzieningen (zoals een winkelruimte) zijn;

c.       het opslaan of opgeslagen hebben in enigerlei vorm van goederen, stoffen en materialen van welke soort of aard dan ook, anders dan hiervoor bij a vermeld en anders dan tijdelijk ter plaatse noodzakelijk voor de uitoefening van het desbetreffende bedrijf.

 

 5. Vrijstellingen van de gebruiksvoorschriften.

 

Burgemeester en wethouders kunnen vrijstelling verlenen van het bepaalde in lid 4 sub a, indien dat noodzakelijk is voor een goede bedrijfsvoering.

 

6. Afwijkende normen.

 

Waar in de bedrijventabel in de kolom "beperkingen" andere voorschriften zijn vermeld dan in de voorgaande leden, zijn deze afwijkende voorschriften van toepassing en voor het overige de in de voorgaande leden gestelde voorschriften.

 

7. Vrijstelling van de bedrijventabel.

 

Burgemeester en wethouders kunnen vrijstelling verlenen van het bepaalde in het eerste lid voor de vestiging van andere bedrijfstypen mits dat bedrijfstypen zijn uit de bij deze voorschriften behorende bijlage B (en het geen bedrijf betreft met een hogere milieucategorie dan het bestaande bedrijf, tenzij het daarmee kan worden gelijkgesteld) of daarmee vergelijkbare bedrijfstypen en de milieuhygiënische hinderaspecten niet worden vergroot.

                  

8. Wijzigingsbevoegdheid

 

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om met toepassing van artikel 11 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening de bij deze voorschriften behorende bedrijvenlijst (bijlage B) te wijzigen indien wijzigingen in de standaard-bedrijfsindeling of ontwikkelingen in bepaalde bedrijfsvoeringen (waardoor bedrijven van categorie veranderen of waardoor bepaalde hinderaspecten veranderen) daartoe aanleiding geven. De voorbereiding van het wijzigingsbesluit geschiedt met toepassing van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht.

 

 

Bedrijventabel

 

Adres

Generieke bestemming

Beperkingen

Gebouwen

Milieu-catego-rie

 

 

 

Opp.

gooth.

nokh.

 

 Dick Ketlaan 1-5

kantoor

 

 

1200 m2,

waarvan:

220 m2

11 m

 

16,5

 

13,5 m

 

17,5

 

2

Dick Ketlaan 6-10

kantoor

 

 

2200 m2, waarvan:

1000 m2,

waarvan:

800 m2

 

6 m

 

9 m

 

18,5 m

6 m

 

9 m

 

18,5 m

2

Dick Ketlaan 11-15

kantoor

 

1200 m2,

waarvan:

220 m2

11 m

 

16,5 m

13,5 m

 

17,5 m

2

Kerkstraat 70

kantoor

bijgebouwen

 

 

600 m2

150 m2

7 m

3,5 m

11 m

6 m

2

Kerkstraat 76

Persoonlijke dienstverle-ning

Begane grond (afwijkend gebruik voor bewoning toegestaan)

160 m²

 

 

1

Kerkstraat 79

kantoor

 

1100 m2

3,5 m

7,5 m

2

Kerkstraat 81

Woning, met toegestaan afwijkend gebruik als winkel en/of klein ambachtelijk bedrijf

Bouwen ten dienste van het toegestaan afwijkend gebruik alleen mogelijk op het perceelsgedeelte dat in aanmerking komt voor de bouw van aanbouwen en bijgebouwen

Maximaal 122 m²

3,5

3,5

2

Kerkstraat 86 (deel A)

mechanisatie-, constructie- en installatiebe-

drijf met bijbehorende handel/detail-

handel

A. Tot aan de met A aangegeven lijn:

uitsluitend winkel, magazijnen, kantoor, expeditie, opslag in vaten (inpandig) en parkeerterrein

1120 m2

3,5 m

8 m

2

Kerkstraat 86 (deel B)

Als bij deel A

B. achter de lijn van deel A: werkplaats, magazijn, kantine, opslag en parkeerterrein

450 m2

3005 m2

3,5 m

5 m

8 m

9,5 m

3

Kerkstraat 87

kantoor

bijgebouw

 

180 m2

65 m2

3,5 m

3,5

6,5 m

6,5

2

Kerkstraat 93, 95 en 95a

Bedrijven in milieucatego-

rie 1 en 2 volgens bijlage A of daarmee vergelijkbaar

Vanaf 10 m afstand van de woningen Kerkstr. 91 t/m 103: milieucatego-rie 1, vanaf 30 m milieucatego-rie 2 en vanaf 50 m: opslagterrein

1000 m2

4,5 m

7 m

1en 2

Kerkstraat 103

Brood- en banketbakkerij met winkel en woning

Winkel (inpandig)

bakkerij

20 m2

 

200 m2

 

 

3,5 m

 

 

3,5 m

2

Kerkweg 8

Rijwielhandel en -herstelbedrijf

Winkel (inpandig)

werkplaats

32 m2

 

35 m2

 

 

3,5

 

 

3,5

1

Nieuweweg 24a

Tankstation

Verkoopruimte

Wasstraat

Wasboxen e.d.

Overkapping

Reclamezuil

LPG-verkoop: maximaal 1000 m3 per jaar

135 m2

50 m2

110 m2

300 m2

4,5 m

4,5 m

4,5 m

5,5 m

8 m

4,5 m

4,5 m

4,5 m

5,5 m

8 m

3

Oude Gouw 18

Opslag/handel in agrarische producten

 

250 m2

 

 

3

 

 

7 m

 

 

 

1

 

Raadhuisstraat 1

Horecabedrijf

Discotheek niet toegestaan

730 m2

Toneeltoren 105 m2

5 m

 

8 m

8 m

 

8m

 

3

Raadhuisstraat 3

Restaurant-bar met bovenwoning en 21 parkeerplaat-sen

Toegestaan gebruik:

Uitsluitend als restaurant en bar ten dienste van restaurant, parkeerplaatsen uitsluitend voor personeel restaurant en gasten restaurant

Begane grond 225 m2, waarvan 45 m2 met zadeldak (nokhoogte 8 m)

Verdieping met bovenwoning 152 m2

 

 

 

 

 

 

 

8 m

 

 

 

 

 

 

 

11,5 m

 

2

Verlengde Kerkweg 2

Werkplaats

 

150 m2

3 m

5 m

 

 

2

Wijzend 70

Schoonmaak- en onderhouds-bedrijf

 

255 m2

3 m

5 m

2

Wijzend 70a

Garagebedrijf

 

500 m2

3,5 m

5,5 m

2

 

 

 

 

 

 

 

Dorpskern Balkweiterhoek

 

 

 

 

 

 

Balkweiterhoek 54

Woning met schoonheids-salon en bijbehorende winkelverkoop

Oppervlakte voor bedrijfsuitoefe-ning

120 m², waarvan 30 m² voor verkoop

 

 

 

 

 

 

(terug naar inhoud)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Artikel 5      Groen (G)

 

1. Bestemmingsomschrijving

De op de plankaart voor groen aangewezen gronden zijn bestemd voor:

a.      groenvoorziening;

b.      bermen en beplanting;

c.       paden;

d.      speelvoorzieningen

e.      waterlopen en waterpartijen;

             

              met daaraan ondergeschikt:

f.       verhardingen;

g.      parkeervoorzieningen;

 

met de daarbij behorende:

h.      bouwwerken geen gebouwen zijnde, waaronder straatmeubilair;

 

en voor zover toegestaan:

       i.     het uitlaten van honden.

 

2. Bouwvoorschriften

De hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 4 m.

 

3.   Gebruiksregels

Burgemeester en wethouders kunnen plaatsen aanwijzen waar het uitlaten van honden niet is toegestaan.

 

 

(terug naar inhoud)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Artikel 6        Maatschappelijk (M)

 

               1.   Bestemmingsomschrijving.

De op de plankaart voor maatschappelijk aangewezen gronden zijn bestemd voor:

a.      gebouwen ten behoeve van maatschappelijke voorzieningen;

met de daarbijbehorende:

b.      wegen en paden;

c.       parkeervoorzieningen;

d.      groenvoorzieningen;

e.      speelvoorzieningen;

f.       water;

g.      tuinen, erven en terreinen;

h.      bouwwerken geen gebouwen zijnde;

volgens de bij lid 2 in de tabel vermelde functies.

 

               2.   Bouwvoorschriften.

Voor het bouwen van gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde geldt dat gebouwen dienen te worden gebouwd volgens de bestaande situering dan wel – indien méér bebouwing dan de bestaande is toegestaan – voor het meerdere op een afstand van de erfgrens ter grootte van de hoogte van de naar die erfgrens gekeerde gevel en voorts volgens hetgeen is opgenomen in de hiernavolgende tabel:   [1]

 

 

Gebouwen

Bouwwerken geen gebouwen zijnde

Adres en functie:

Oppervlakte

Goothoogte

Nokhoogte

Oppervlakte

Hoogte

Burg Commandeurlaan 35

Fysiotherapieprak-

tijk

1e bouwlaag 95 m2

2e bouwlaag

50 m2

 5,5 m

8 m

1 m2

2 m

Kaaspers 5

Huisartsenpraktijk

 150 m2

 

 

3,25 m

 

 

 

4,25 m

 

 

 

1 m2

2 m

Kerkstraat 58

Openbare bibliotheek

 450 m2

4 m

6 m

5 m2

2 m

Kerkstraat 60/62

Basisschool

 2500 m2

4 m

4 m

100 m2

2 m

Kerkstraat t/o 62

Begraafplaats

 

 

 

100 m2

2 m

Kerkweg 1

Kerkgebouw

met opbouw

kapel

en toren

pastorie/dienstwoning

Bijgebouwen

 

900 m2

70 m2

100 m2

15 m2

600 m2

120 m2

 

4 m

12 m

7 m

25 m

4,5 m

3,5

 

9 m

12 m

7 m

25 m

5,5 m

3,5

 

50 m2

 

2 m

Nieuweweg 2a

Politiebureau

 365 m2

 6 m

9 m

5 m2

2 m

Nieuweweg 2b

Brandweergarage

265 m2

 

 

6 m

 

 

 6 m

 

 

10 m2

2 m

Bij Nieuweweg 2b

zendmast

ontvangstruimte

 

 

20 m2

 

 

3 m

 

 

3 m

5 m2

45 m

Raadhuisstraat 1a

Apotheek

135 m2

4,5 m

11,5 m

5 m2

2 m

Raadhuisstraat 15

Kerkgebouw

Toren

Begraafplaats

 

600 m2

45 m2

 

11 m

27 m

 

19 m

46 m

5 m2

 

 

50 m2

2 m

 

 

2 m

Sportlaan 9

Gymnastiekgebouw

zuidelijke deel

noordelijke deel

 

 

225

430 m2

 

 

4 m

7 m

 

 

4 m

7 m

5 m2

2 m

Sportlaan 11

Cultureel centrum

600 m2

4,5 m

9 m

5 m2

2 m

Sportlaan 13

Jeugdgebouw

200 m2

3,5 m

6 m

5 m2

2 m

Sweelinckhof 1 en 37 t/m 65

Woon-zorgcomplex

 2400 m2

12 m

12 m

100 m2

2 m

Verlengde Kerkweg 1

Begeleiding en verzorging van mensen met een beperking

30.000 m2

7,5 m

10 m

250 m2

2 m

 

 

 

 

 

 

Dorpskern Balkweiterhoek

 

 

 

 

 

Balkweiterhoek 56

Verenigingsgebouw, berging, dierenverblijven e.d.

500 m²

3,25 m

5 m

10 m²

2 m

                 

               3.   Nadere eisen.

                     Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de situering en           inrichting van gebouwen ten behoeve van de functie Verlengde Kerkweg 1 in verband met de invloedssfeer van het tankstation Nieuweweg 24a.

 

               4.   Vrijstelling van de bouwvoorschriften.

                     Burgemeester en wethouders kunnen vrijstelling verlenen voor een grotere oppervlakte aan gebouwen tot ten hoogste 20% van het bestaande indien dat noodzakelijk is voor het goede functioneren van de desbetreffende instelling, alsmede van het bepaalde in lid 2 voor het bouwen op een kortere afstand van de erfgrens.

 

               5.   Gebruiksvoorschriften.

                     Tot een gebruik, strijdig met de bestemming als bedoeld in artikel 16 wordt, onver-

                     minderd het bepaalde in dat artikel, in ieder geval gerekend het gebruik ten

                     behoeve van een horecabedrijf.                  

 

 

               6.   Vrijstelling van de gebruiksvoorschriften.

Burgemeester en wethouders kunnen vrijstelling verlenen voor andersoortige functies dat de in de tabel in lid 2 opgenomen functies, mits vallende binnen de bestemmingsomschrijving en vergelijkbaar met de thans aangegeven functie wat betreft karakter en uitstraling naar de omgeving.

(terug naar inhoud)


Artikel 7    Sport (S)

 

               1.   Bestemmingsomschrijving.

De op de plankaart voor sport aangewezen gronden zijn bestemd voor:

a.      sportterreinen;

b.      één onverlichte tennisbaan achter Oosteinderweg 9, aangeduid met sp(t);

c.       gebouwen ten behoeve van sportdoeleinden, met de daarbij behorende voorzieningen, zoals kantines, kleedgebouwen, toiletgebouwen

      met de daarbij behorende:

d.      wegen en paden;

e.      parkeervoorzieningen;

f.       water;

g.      groenvoorzieningen;

h.      bouwwerken geen gebouwen zijnde, waaronder tribunes, ballenvangers, verlichtingsinstallaties en scoreborden.

 

               2.   Bouwvoorschriften.

                     Voor het bouwen gelden de volgende bepalingen:

a.      de oppervlakte, goothoogte en bouwhoogte van gebouwen mag niet meer bedragen dan vermeld in de volgende tabel:

                             

Adres
Omschrijving
Oppervlakte

Goothoogte

Bouwhoogte

Grietje Slagterlaan 1

gebouw tennisvereniging

170 m²

4 m

5 m

Sportlaan tussen 13 en 17

Opslagruimte handbal

25 m²

4 m

5 m

Sportlaan 17

gebouw handbalvereniging

210 m²

4 m

5 m

Sportlaan 19

gebouw voetbalvereniging

590 m²

4 m

5 m

 

b.      voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt dat deze niet hoger mogen zijn dan 2 m en voor tribunes, ballenvangers, verlichtingsinstallaties en scoreborden niet hoger dan achtereenvolgens 10 m, 16 m, 15 m en 8 m;

c.       op of nabij de tennisbaan s(t) is geen bebouwing toegestaan.

 

 

                  3.  Vrijstelling van de bouwvoorschriften

                       Burgemeester en wethouders kunnen vrijstelling verlenen van het bepaalde in lid 2

                       sub a voor het vergroten van de daar vermelde oppervlakten met ten hoogste 20%

                       indien dat noodzakelijk is voor  het goede functioneren van de desbetreffende

                       vereniging.

 

               

                  4.  Nadere eisen.

Burgemeester en wethouders kunnen, ten behoeve van de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, nadere eisen stellen aan de plaats en de afmeting van de bebouwing.

 

        5.  Gebruiksvoorschriften.

Tot een verboden gebruik, als bedoeld in artikel 16 wordt, onverminderd het bepaalde in dat artikel, in ieder geval gerekend het gebruik van de tennisbaan sp(t) met verlichting.

 

 

 

 

(terug naar inhoud)

 

 

 

 

 

 

Artikel 8      Verkeer (V)

 

1. Bestemmingsomschrijving

De op de plankaart voor verkeer aangewezen gronden zijn bestemd voor:

a.      wegen (al dan niet tevens als binnenwaterkerende dijk fungerend);

b.      straten en paden;

c.       voet- en rijwielpaden;

d.      bermen en bermsloten;

 

met daaraan ondergeschikt:

e.      parkeervoorzieningen;

f.       tuinen en groenvoorziening;

 

met de daarbij behorende:

g.      bouwwerken, waaronder straatmeubilair;

 

      en met uitzondering van verkooppunten voor motorbrandstoffen.

 

2. beschrijving in hoofdlijnen

In verband met de waarde als waterkering en tevens de cultuur-historische waarde van de Oude Gouw, de Kerkstraat en de Oosteinderweg wordt gestreefd naar behoud en zonodig herstel hiervan naar hoogte en profiel zoals dat bestond op het moment van ter inzage legging van dit bestemmingsplan.

 

 

3. Bouwvoorschriften

De hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 8 m.

 

4. Gebruiksregels

Tot een verboden gebruik als bedoeld in artikel 16 wordt, onverminderd het bepaalde in dat artikel, in ieder geval gerekend het gebruik van bermen voor het stallen van materieel of opslaan van materiaal en voor het parkeren van voertuigen.

 

5. Vrijstelling van de gebruiksregels

Burgemeester en wethouders kunnen vrijstelling verlenen van het bepaalde in lid 4 indien dat nodig is in verband met werkzaamheden.

 

 

(terug naar inhoud)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Artikel 9      Water (WA)

 

1. Bestemmingsomschrijving

De op de plankaart voor water aangewezen gronden zijn bestemd voor:

a.      waterberging;

b.      waterhuishouding, al dan niet met natuurvriendelijke oevers;

c.       waterlopen.    

 

2. Bouwvoorschriften

a.      De hoogte en oppervlakte van gebouwen mogen niet meer bedragen dan resp. 3 m boven het aangrenzend maaiveld en 25 m2.

b.      De hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 m boven het aangrenzend maaiveld.

 

3. Gebruiksregels

Tot een gebruik van gronden strijdig met de bestemming, zoals bedoeld in artikel 16, eerste lid, wordt in ieder geval gerekend het gebruik als stallings- en ligplaats voor boten en woonschepen.

 

 

 

 

 

(terug naar inhoud)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Artikel 10 Woondoeleinden (W)

 

1.    Bestemmingsomschrijving

 

De op de plankaart voor woondoeleinden aangewezen gronden zijn bestemd voor

  1. woningen;
  2. woongebouwen (Wg);
  3. woonwagens (WW);
  4. aanbouwen en bijgebouwen;

 

met de daarbij behorende:

  1.  tuinen en erven;
  2.  bouwwerken, geen gebouwen zijnde;

 

en voor zover grenzend aan de bestemming agrarische doeleinden:

  1. voor agrarisch (mede)gebruik.

 

2.    Beschrijving in hoofdlijnen

 

Bestaande woningen en woongebouwen, bestaande aanbouwen en bijgebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde, opgericht met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet, mogen geheel of gedeeltelijk worden vernieuwd met inachtneming van de bestaande situering en de bestaande uitwendige hoofdvorm, bepaald door hoogte c.q. goothoogte/nokhoogte, nokrichting, dakhelling, lengte, breedte en diepte.

 

3. Woonwagens

 

Op de met WW aangeduide grond mogen maximaal zes gelijke standplaatsen voor woonwagens aanwezig zijn, elk bestemd voor één woonwagen en één bijgebouw. De goot- en nokhoogte van een woonwagen mogen niet meer bedragen dan respectievelijk 3,5 en 4 m, de lengte niet meer dan 15 m en de breedte niet meer dan 8 m. De oppervlakte van de bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 20 m² en de hoogte niet meer dan 3,5 m.

 

4. Bouwvoorschriften bij vervanging

                                            

Bij (volledige) vervanging van de bij 2 omschreven bestaande woningen1 in afwijking van het bestaande gelden de volgende voorschriften:

  1. Vervanging van aaneen gebouwde woningen en woongebouwen is slechts toegestaan wanneer deze per blok worden vervangen;
  2. Het aantal aaneen te bouwen woningen mag niet meer bedragen dan overeenkomstig de bestaande verkaveling zoals die blijkt uit de plankaart;
  3. De afstand van de voorgevel van de woningen c.q. woongebouwen tot de aan de ontsluitingsweg gelegen perceelgrens dient gelijk te zijn aan die van de bestaande woningen c.q. woongebouwen;
  4. De diepte van een woning mag niet meer dan 12 m bedragen met dien verstande dat de afstand tussen de achtergevel en de achterste perceelgrens niet minder dan 10 m mag bedragen;
  5. Bij twee of meer aaneen gebouwde woningen mag de afstand tot de zijdelingse perceelgrens niet minder bedragen dan 3 m aan de vrijstaande zijde van de woning;
  6. Bij vrijstaande woningen mag de breedte van de woning, met inbegrip van achter de voorgevel gelegen delen van de woning en gemeten evenwijdig aan de voorgevel over de gehele diepte van de kavel niet meer bedragen dan de helft van de breedte van het bouwperceel, vermeerderd met 1 m en met een maximum van 15 m;
  7. Bij vrijstaande woningen mag de afstand tot de zijdelingse perceelgrens niet minder bedragen dan 4,5 m met dien verstande dat bij bouwpercelen met een breedte van 20 m of minder die afstand mag bedragen: de helft van het verschil tussen de breedte van de kavel en de woning;
  8. Bij vrijstaande woningen mogen de goothoogte en nokhoogte niet meer bedragen dan respectievelijk 3,5 m en 9,5 m en bij de overige woningen niet meer dan 6 m en 12 m, met uitzondering van de op de plankaart met (wsr) aangeduide aaneen gebouwde woningen, waarbij goot- en nokhoogte niet meer mogen bedragen dan 3,5 m en 8 m.

 

5. Karakteristieke bebouwing

 

Voor zover een woning in de tabel van artikel 11 is aangegeven als karakteristieke bebouwing is artikel 11 van toepassing. Bij strijdigheid tussen het bepaalde in dit artikel (artikel 10) en het bepaalde in artikel 11 geldt artikel 11 met voorrang.

 

6. Nieuwe woning

 

Op het op de kaart met (wn) aangeduide perceel mag één vrijstaande woning worden gebouwd volgens de voorschriften van lid 4 en met dien verstande dat de voorgevel zodanig gesitueerd dient te worden dat die (zo goed als) in het verlengde ligt van de direct ten zuid-zuid-westen gelegen woning.1

 

 

7. Aanbouwen en bijgebouwen

 

7.1. Oppervlaktenorm

 

De gezamenlijke oppervlakte van aanbouwen en bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 50% van: de achter de voorgevelrooilijn van de woning gelegen oppervlakte van het bouwperceel, verminderd met de oppervlakte van de woning, met een maximum van 60 m².

Voor de woningen waarbij op het voorerf mag worden gebouwd (uitsluitend bij woningen waarbij dat reeds bij de bouw het geval was)2 mag de gezamenlijke oppervlakte van aanbouwen en bijgebouwen niet meer bedragen dan 50% van: de vóór de achtergevelrooilijn gelegen oppervlakte van het bouwperceel, verminderd met de oppervlakte van de woning, met een maximum van 60 m2.

 

7.2. Voor aanbouwen en bijgebouwen bij woningen waar niet op het voorerf mag worden

       gebouwd (uitgezonderd erkers), geldt dat:

       a. zij gebouwd moeten worden op tenminste 2 m afstand achter de voorgevelrooilijn,

           op 1 m afstand van de zijdelingse en achterste perceelgrens, en voor bijgebouwen

           bovendien: op niet meer dan 50 m achter de voorste perceelgrens en zijwaarts op niet meer

           dan 15 m afstand van de denkbeeldige lijn, haaks op de voorste perceelgrens en door het

           midden van de woning;

       b. de goothoogte niet meer mag bedragen dan 3 m voor bijgebouwen en 3,25 m voor

           aanbouwen;

       c. de dakhelling van aanbouwen gelijk is aan die van de woning of anders ten hoogste

           45° en van bijgebouwen ten hoogste 45º en de nokhoogte (zowel van aanbouwen als

           bijgebouwen) maximaal 5,5 m;

       d. aanbouwen aan de voorgevel niet dieper dan 1,5 m mogen zijn, niet breder dan

           2/3e  deel van de breedte van de voorgevel, niet hoger dan 3,25 m en dat de

           dakhelling niet meer mag zijn dan 30º.

 

7.3. Voor aanbouwen en bijgebouwen bij woningen waar op het voorerf mag worden

       gebouwd geldt:

       a. voor aanbouwen of bijgebouwen vóór de voorgevel dat:

·         de breedte niet meer mag bedragen dan 3 m;

·         de goothoogte niet meer mag bedragen dan 3,25 m;

·         de lengte, gemeten vanuit de voorgevel, niet meer mag bedragen dan de lengte van het vóór de (oorspronkelijke) voorgevel gelegen deel van het perceel, verminderd met 5 m, zodanig dat direct grenzend aan de ontsluitingszijde het perceel over een lengte van 5 m onbebouwd blijft;

·         in bestaande situaties, waarin de afstand tot de voorste perceelgrens minder dan 5 m bedraagt, de bestaande afstand van de aanbouw of het bijgebouw tot die perceelgrens dient te worden gehandhaafd;

·         de dakhelling niet meer mag bedragen dan 0º;

     b. dat voor aanbouwen aan de zijgevel het bepaalde bij a. van overeenkomstige

         toepassing is, met dien verstande dat de lengte van het achter de voorgevelrooilijn

         gelegen deel niet meer mag bedragen dan de lengte van de woning;

     c. dat aanbouwen en bijgebouwen achter de achtergevelrooilijn niet zijn toegestaan.[2]

  

 

8. Dakkapellen

 

Voor dakkapellen op het voordakvlak van een woning geldt het volgende:

  1. breedte niet meer dan 50% van de breedte van het desbetreffende dakvlak (midden bouwmuur tot midden bouwmuur);
  2. onderzijde meer dan 0,50 m en minder dan 1 m boven de dakvoet;
  3. bovenzijde meer dan 0,50 m onder de daknok;
  4. zijkanten meer dan 0,50 m van de zijkanten van het dakvlak, of van de hoekkepers (in geval van een piramide- of schilddak);
  5. hoogte niet meer dan 1,50 m, gemeten vanaf de betreffende verdiepingsvloer.

 

9. Bouwwerken geen gebouwen zijnde

 

  1. Op de gronden gelegen vóór de voorgevellijn van de woning mag de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet meer bedragen dan 1 m en van tuinmeubilair niet meer dan 2 m.
  2. Op de gronden gelegen achter de voorgevellijn mag de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet meer bedragen dan 2 m.

 

10. Beroepsuitoefening aan huis

 

Voor het uitoefenen van een beroep aan huis mag ten hoogste 30 m2 van de vloeroppervlakte van de woning worden gebruikt, mits:

  1. het beroep door de bewoner wordt uitgeoefend;
  2. het gebruik geen nadelige invloed heeft op de normale afwikkeling van het verkeer en geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte veroorzaakt;
  3. het gebruik geen afbreuk doet aan het karakter van de omgeving;
  4. geen detailhandel wordt uitgeoefend.

 

11. Gebruiksbepalingen

 

Tot een verboden gebruik als bedoeld in artikel 16 wordt, onverminderd het bepaalde in dat artikel, in ieder geval gerekend:

  1. het gebruik als opslag-, los- of laadplaats voor handelsdoeleinden;
  2. het bedrijfsmatig verkopen of ten verkoop aanbieden van goederen bestemd en gereed voor onmiddellijk gebruik of verbruik;
  3. het bedrijfsmatig ten behoeve van derden vervaardigen of herstellen van goederen;
  4. het gebruik van (vrijstaande) bijgebouwen voor bewoning of als recreatief nachtverblijf.

 

12. Vrijstellingen

 

Burgemeester en wethouders kunnen vrijstelling verlenen van dan wel voor:

  1. het bepaalde in lid 4 voor uitbreiding,verbouw of vervanging van (gedeelten van) bestaande woningen of woongebouwen volgens de voorschriften van lid 4;
  2. het bepaalde in lid 4 sub 3 voor een kortere afstand van de voorgevel tot aan de ontsluitingsweg gelegen perceelgrens;
  3. het bepaalde in lid 4 sub 8 voor een goothoogte van 6 m bij vrijstaande woningen;
  4. het bepaalde in lid 7.1 voor een gezamenlijke oppervlakte van aanbouwen en bijgebouwen tot een maximum van 100 m² en voor percelen met een oppervlakte van meer dan 750 m² tot een maximum van 150 m² mits de gezamenlijke oppervlakte van aanbouwen en bijgebouwen niet meer bedraagt dan 50% van: de achter de voorgevelrooilijn gelegen oppervlakte van het bouwperceel, verminderd met de oppervlakte van de woning; 
  5. het bepaalde in lid 7.2.a voor een kleinere afstand tot de zijdelingse en achterste perceelgrens en voor een afwijkende situering;
  6. het bepaalde in lid 7.2.d voor een erker die de zijgevellijn overschrijdt, mits de overschrijding niet meer bedraagt dan 1,5 m;
  7. het bepaalde in lid 7.3 voor een andere dakhelling;
  8. het bepaalde in lid 11 voor het gebruik van de woningen en/of aanbouwen en bijgebouwen voor beroeps- of bedrijfsuitoefening aan huis voor ten hoogste 50 m2 en overigens onder dezelfde voorwaarden;
  9. voor het splitsen van stolpboerderijen.

 

(terug naar inhoud)

 

 

 

 

 

 

 


B. DUBBELBESTEMMINGEN

 

Artikel 11            Karakteristieke bebouwing

 

                   1.      Bouwvoorschriften

 

                           Voor de bouwwerken, vermeld in de onderstaande tabel geldt dat de uitwendige hoofdvorm van het betreffende bouwwerk, onder meer bepaald door goothoogte, nokhoogte, nokrichting, dakhelling, bouwmassa en situering, zoals deze is ten tijde van de ter-inzage-legging van het ontwerp-bestemmingsplan slechts gewijzigd mag worden mits aan de cultuur-historische waarde en/of architectonische vormgeving niet in onevenredige mate afbreuk zal worden gedaan en het daarin tot uitdrukking komende karakter van het gebouw niet wezenlijk wordt aangetast.

 

                   2.      Vrijstelling

 

                           Burgemeester en wethouders verlenen vrijstelling van het bepaalde in het eerste lid, indien:

                           a.    het bouwwerk teniet is gegaan door een calamiteit en/of

                           b.    het bepaalde in het eerste lid niet in redelijkheid kan worden gevergd van de eigenaar en/of gebruiker van het bouwwerk en de onevenredig nadelige gevolgen voor de eigenaar en/of gebruiker niet opgeheven kunnen worden,

                           waarbij, voor zover redelijkerwijs mogelijk, aansluiting wordt gezocht bij de voor de desbetreffende bestemming geldende voorschriften.

 

Tabel Art. 11

 

Adres

Omschrijving object

Kerkstraat 70

KantoorWoonhuis

Kerkstraat 71

Boerderij

Kerkstraat 74

Woonhuis

Kerkstraat 76

Woonhuis

Kerkstraat 84

Woonhuis

Kerkstraat 88

Woonhuis

Kerkstraat 90

Boerderij

Kerkstraat 102

Boerderij

Oosteinderweg 9

Woonhuis

Oude Hoornseweg 9

Woonhuis

Raadhuisstraat 3

Restaurant met bovenwoning

 

 

 

Monumenten (deze vermeldingen hebben in het kader van artikel 11 slechts een signalerende betekenis):

 

Adres

Omschrijving object

Kerkstraat 1

Stolpboerderij

Raadhuisstraat 12

Pastorie-woonhuis

Raadhuisstraat 15

Kerk

Raadhuisstraat 15

Toren bij Kerk

Oude Gouw 1

Stolpboerderij

Oude Gouw 24

Stolpboerderij

 

(terug naar inhoud)

 

 

 

Artikel 12             Archeologisch waardevol gebied[3]                        

 

                   1.      Bestemmingsomschrijving

 

                           Het gehele plangebied is, onverminderd de overige bestemmingen, tevens bestemd voor zo mogelijk behoud en herstel van de daarin voorkomende (potentieel) archeologische en cultuurhistorische waarden.

 

                   2.      Beschrijving in hoofdlijnen

 

                           In dit lid wordt in hoofdlijnen beschreven op welke wijze met het plan de toegekende doeleinden worden nagestreefd.

 De diverse waarden in de bestemming betreffen de volgende (niet reeds elders in bestemmingsbepalingen opgenomen) gebieden:

a.        De archeologische waarden WFR 159A, WFR 333A, WFR 353A en WFR 355A  zoals vermeld in de toelichting. Gestreefd wordt naar het behoud van deze waarden door zo min mogelijk verstoring, zo mogelijk door het treffen van technische maatregelen, of anders door het doen van opgravingen. Bij bodemverstoringen dieper dan 40 cm en met een oppervlakte van meer dan 100 m2 dient eerst een onderzoek plaats te vinden.

b.        De historisch geografische waarden WFR 176G en WFR 429G zoals vermeld in de toelichting op pagina 19. Gestreefd wordt naar het behoud hiervan o.m. door zo mogelijk aantasting door veranderingen en niet strikt noodzakelijke bebouwing te voorkomen.

 

 

 

 

(terug naar inhoud)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

HOOFDSTUK III: ALGEMENE BEPALINGEN

 

Artikel 13            Anti-cumulatiebepaling

 

                   1.      Woonhuizen worden gerekend te blijven behoren tot het bedrijf waartoe zij op het moment van het ter inzage leggen van het ontwerp van dit plan behoorden.

 

                   2.      Terrein dat voor het verlenen van een bouwvergunning in aanmerking moet worden genomen mag niet nog eens bij de verlening van een bouwvergunning voor een ander bouwwerk in aanmerking worden genomen.

 

 

Artikel 14            Algemene bouwvoorschriften

 

                   1.      Ongeoorloofde wijze van bouwen

                           Het is verboden op enig terrein of bouwperceel zodanig te bouwen, dat daardoor op een aangrenzend terrein of bouwperceel een toestand zou ontstaan, die aldaar niet meer met de voorschriften zou overeenstemmen, of voor zover er reeds aldaar een afwijking van de voorschriften bestaat, zodanig te bouwen, dat deze afwijking nog zou worden vergroot.

                  

                   2.      Erfscheidingen

                           Erfscheidingen rondom het erf van een woning of ander gebouw mogen vóór de voorgevel of het verlengde daarvan geen grotere hoogte hebben dan 1 m en achter de voorgevel (of het verlengde daarvan) mogen erfscheidingen een hoogte hebben van maximaal 2 m, mits geplaatst op tenminste 1 m afstand van de bestemming verkeersdoeleinden en/of de bestemming groenvoorziening.1 Voor het overige mogen erf- of terreinafscheidingen niet hoger zijn dan 1 m.

 

                   3.      Naam- en reclameborden, vlaggenmasten en antennes

                           Per woning en/of ander gebouw en alleen in de directe nabijheid daarvan mag niet meer dan één naam- of reclamebord, één vlaggenmast en één antenne worden gebouwd. De oppervlakte van het naam- of reclamebord mag niet meer dan 0,5 m2 bedragen, de hoogte niet meer dan 1,5 m en de afmeting in één richting mag niet meer dan 1 m bedragen. De hoogte van vlaggenmasten en antennes mag niet meer bedragen dan 8 m.

                           Naam- en/of reclameborden mogen niet zijn voorzien van inwendige verlichting.

 

                   4.      Nadere eisen

                           Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de situering van bouwwerken indien:

                           a.    het bouwwerk een onevenredige inbreuk maakt op de kwaliteit van de omgeving waarin het gelegen is (de landschappelijke openheid daaronder begrepen) zonder dat daarvoor een dringende noodzaak is;

b.      het bouwwerk een onevenredige inbreuk maakt op de gebruikswaarde van de belendende panden of percelen inzake bereikbaarheid, zichtbaarheid, uitzicht, belichting, bezonning en privacy zonder dat daarvoor een dringende noodzaak is.

 

 

 

 

 

Artikel 15        Aanlegvergunningsvereiste

                    

                          1.  Het is verboden om zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van

                                  burgemeester en wethouders (aanlegvergunning) de volgende werken, geen

                                  bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren:                               

a. het afgraven of omspitten van gronden dieper dan 40 cm indien het daarbij

    gaat   om oppervlakten van meer dan 100 m2  voor de archeologische waarde

    WFR 159A, WFR 333A, WFR 353 A en WFR 355A;

b. het veranderen van het verloop of het profiel van de Oude Gouw, de

    Kerkstraat en de Oosteinderweg (artikel 12 lid 2 sub b).

 2. De aanlegvergunning als bedoeld in het vorige lid wordt verleend indien door  de uitvoering van de desbetreffende werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan direct dan wel indirect te verwachten gevolgen de desbetreffende waarde(n) of belangen niet in onevenredige mate worden of kunnen worden aangetast.                                     

 

 

Artikel 16            Algemene gebruiksbepaling

 

1.      Het is verboden de in dit plan begrepen gronden en de daarop voorkomende bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken voor een doel of op een wijze die strijdig is met het in dit plan bepaalde.

2.      Tot een verboden gebruik van gronden en bouwwerken als bedoeld in lid 1 wordt in ieder

       geval gerekend:

a.      het aanwezig hebben van vuilnis en/of afvalstoffen (behalve in daartoe bestemde containers in afwachting van afvoer ervan), bouw- of bestratingsmaterialen (anders dan tijdelijk, in afwachting van verwerking ervan), sloopmateriaal, oude materialen, onbruikbare of aan hun normale bestemming onttrokken gerede of onklare machines, rij-, voer-, vaar- of vliegtuigen of onderdelen;

b.      het gebruik voor reclamedoeleinden in welke vorm dan ook, anders dan overeenkomstig het bepaalde in artikel 14 lid 3;

c.       het gebruik voor kamperen, het (al dan niet tijdelijk) plaatsen van onderkomens en voor het houden van een kampeerterrein als bedoeld in artikel 8, tweede lid van de Wet op de openluchtrecreatie;

d.      het diepspitten van gronden, onder andere om gronden geschikt te maken voor permanente bollenteelt en het gebruik van gronden voor permanente bollenteelt;

e.      het gebruik voor prostitutie, seksinrichting of escortbedrijf.

 

3.      Burgemeester en wethouders verlenen vrijstelling van het bepaalde in het eerste lid indien strikte toepassing daarvan leidt tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, die niet door dringende redenen gerechtvaardigd wordt.

 

 

 

Artikel 17    Algemene vrijstellingen en regels voor het verlenen van vrijstellingen

 

                   1.      Burgemeester en wethouders kunnen vrijstelling verlenen van het in dit plan bepaalde voor:

                           a.    de bouw van utilitaire bouwwerken zoals transformatorstations, gemalen en gasdrukregel- en meetstations, met dien verstande dat de goothoogte niet meer mag bedragen dan 3 m, de dakhelling niet meer dan 45° en de oppervlakte niet meer dan 35 m2;

                           b.    het met ten hoogste 5 m afwijken van een vastgesteld onderdeel van de grens, richting of het profiel van een weg of de vorm van een plein en van de dienovereenkomstig vastgestelde vorm van de voor bebouwing in aanmerking komende gronden, indien bij definitieve uitmeting blijkt, dat een zodanige afwijking noodzakelijk is;

                           c.    het met ten hoogste 10% afwijken van hoogte- en oppervlaktematen voorzover geen andere vrijstellingsbepaling in het plan van toepassing is;

                           d.    naam- en reclameborden van een grotere oppervlakte en een groter aantal dan vermeld in artikel 14, lid 3, voor inwendige verlichting ervan, voor een groter aantal vlaggenmasten en voor de hoogte van antennes tot maximaal 15 m;

                           e.    het bepaalde in artikel 19, eerste lid, voor het geheel vernieuwen van een bouwwerk als daar bedoeld indien niet aannemelijk is dat het bouwwerk binnen een termijn van 10 jaar, gerekend vanaf het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van dit plan, in overeenstemming zal worden gebracht met dit plan;

                                f.     het bepaalde in de artikelen 4, 6 en 7 voor een lichte horecafunctie ten dienste van de in die artikelen geregelde (hoofd-)functies;

                                 g.    het bepaalde in artikel 14, lid 2 voor het bouwen van 2 m hoge erfscheidingen op een kortere afstand van de bestemming verkeersdoeleinden en/of groenvoorziening.                                  

 

                   2.      Bestaande bouwwerken als bedoeld in het eerste lid, aanhef en sub a, worden geacht tot stand te zijn gekomen met vrijstelling.

 

                   3.      Vrijstellingen worden uitsluitend verleend:

                           a.    voor bouwwerken voor zover:

                                  1.    het bouwwerk door plaats, positie en afmeting zowel visueel als functioneel geen onvenredige inbreuk maakt op de kwaliteit van de omgeving waarin het perceel gelegen is;

                                  2.    het bouwwerk door plaats, positie en afmeting geen onevenredige inbreuk maakt op de gebruikswaarde van de belendende panden of percelen inzake bereikbaarheid, zichtbaarheid, uitzicht, belichting, bezonning en privacy.

                           b.    voor gebruik voor zover het gebruik geen onevenredige inbreuk maakt op de omgeving en/of op de gebruikswaarde van de belendende panden of percelen inzake mogelijke overlast

                           en voorts met inachtneming van het verder in deze voorschriften bepaalde.

 

 

 

 

 

HOOFDSTUK IV: OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

 

Artikel 18      Strafbepaling

 

                      Overtreding van het bepaalde in artikel 3 lid 7 en artikel 15 is een

                      strafbaar feit als bedoeld in artikel 1a van de Wet op de economische delicten.

 

 

Artikel 19    Overgangsbepaling

 

                   1.      Bouwen

 

                           Een bouwwerk dat afwijkt van dit plan en dat vóór, op of na het tijdstip van ter-inzage-legging van het ontwerp van dit plan is of wordt opgericht, met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet, mag, mits de bestaande afwijkingen naar hun aard en omvang niet worden vergroot en behoudens onteigening:

                           a.    gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd, mits dit geen algehele vernieuwing of verandering van het in de aanhef bedoelde bouwwerk tot gevolg heeft;

                           b.    uitsluitend indien het bouwwerk door een calamiteit is teniet gegaan, geheel worden vernieuwd of veranderd, met inachtneming van de grenzen welke ten aanzien van het bouwen ter plaatse bij het plan - behoudens in dit artikellid - zijn bepaald tenzij herbouw daardoor niet zou zijn toegestaan, en mits de bouwaanvraag is ingediend binnen 18 maanden nadat het bouwwerk is teniet gegaan;

                           c.    met niet meer dan 15% van de oppervlakte worden uitgebreid, met inachtneming van de grenzen welke ten aanzien van het bouwen ter plaatse bij het plan - behoudens in dit artikellid - zijn bepaald.

 

                   2.      Gebruik

 

                           a.    Het gebruik van gronden anders dan voor bebouwing, alsmede het gebruik van zich op die gronden bevindende bouwwerken, dat in strijd is met het in dit plan - behoudens in dit artikellid - bepaalde, dat bestaat op het tijdstip, waarop het plan van kracht wordt, mag worden voortgezet en/of gewijzigd, mits door die wijziging de strijdigheid met het plan wordt verkleind.

b.      Het bepaalde onder a is niet van toepassing op gebruik als daar bedoeld, dat reeds in strijd was met het tot het daar genoemde tijdstip ter plaatse geldende bestemmingsplan, tenzij het gemeentebestuur hiervan redelijkerwijs op de hoogte heeft kunnen zijn en in dat geval daartegen niet tijdig heeft opgetreden.

 

 

 

 

 

Artikel 20    Slotbepaling

 

                   Deze voorschriften kunnen worden aangehaald onder de titel: "Voorschriften basisbestemmingsregeling Wognum / Balkweiterhoek 2008".

 

 


 

Bijlage A

 

 

(bedrijventabel voor vrijstelling t.b.v. voormalige agrarische bedrijfsgebouwen; zie artikel 3, lid 6 van de voorschriften)

 

Verklaring van de tekens:

v.c.          verwerkingscapaciteit

<              kleiner dan

n.e.g.       niet elders genoemd

e.d.          en dergelijke

B             bodemverontreiniging (verhoogde kans op)

C            continu

D            divers (grote spreiding in omvang van dit soort bedrijven)

L             luchtverontreiniging (zonodig de grootste afstand verhogen)

 

De vermelde afstanden (in meters) gelden voor bedrijven in de aangegeven categorie van “gemiddelde omvang”.

De kolommen C, D en E geven de aan te houden afstanden voor resp. de milieuaspecten geur, stof en geluid (kolom F, met de C van continu, hoort bij kolom E).

Kolom G geeft de aan te houden afstand voor het aspect gevaar.

De kolommen H en I vermelden een index voor de aspecten verkeer en visueel:

1: potentieel geen of geringe emissie of hinder;

2: potentieel aanzienlijke emissie of hinder.

Kolom J geeft de grootste aan te houden afstand.

Kolom K vermeld de milieucategorie: 1 is de laagste, 2 is hoger, enz.

De kolommen L, M en N vermelden (voor zover van toepassing) de letters B (bodemverontreiniging), D (divers) en L (luchtverontreiniging).

 

 

 

SBI

OMSCHRIJVING

GEUR

STOF

GELUID

C

GEVAAR

VERKEER

VISUEEL

AFSTAND

CATEGORIE

B

D

L

01

DIENSTVERLENING T.B.V. DE LANDBOUW

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

0112

- bloembollendroog- en prepareerbedrijven

30

30

30

C

10

1

1

30

2

B

 

 

15

VERVAARDIGING VAN VOEDINGSMIDDELEN EN DRANKEN

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1581

Brood- en banketbakkerijen (geen verkoop)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1581

- v.c. < 2500 kg meel/week

30

10

30

C

10

1

1

30

2

 

 

 

1593 t/m 1595

Vervaardiging van wijn, cider e.d.

10

0

30

C

0

1

1

30

2

 

 

 

18

VERVAARDIGING VAN KLEDING; BEREIDEN EN VERVEN VAN BONT

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

182

Vervaardiging van kleding en -toebehoren (excl. van leer)

10

10

30

 

30

2

2

30

2

 

 

 

22

UITGEVERIJEN, DRUKKERIJEN EN REPRODUKTIE VAN OPGENOMEN MEDIA

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

221

Uitgeverijen (kantoren)

0

0

10

 

0

1

1

10

1

 

 

 

2222.6

Kleine drukkerijen en kopieerinrichtingen

10

0

30

 

0

1

1

30

2

B

 

 

2223

Grafische afwerking

10

0

10

 

0

1

1

10

1

 

 

 

2223

Binderijen

30

0

30

 

0

2

1

30

2

 

 

 

2224

Grafische reproduktie en zetten

30

0

10

 

10

2

1

30

2

B

 

 

2225

Overige grafische aktiviteiten

30

0

30

 

10

2

1

30

2

B

D

 

223

Reproduktiebedrijven opgenomen media

10

0

10

 

0

1

1

10

1

 

 

 

33

VERVAARDIGING VAN MEDISCHE EN OPTISCHE APPARATEN EN INSTRUMENTEN

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

33

Fabrieken voor medische en optische apparaten en instrumenten e.d.

30

0

30

 

0

1

1

30

2

 

 

 

36

VERVAARDIGING VAN OVERIGE GOEDEREN N.E.G.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

362

Fabricage van munten, sieraden e.d.

30

10

10

 

10

1

1

30

2

B

 

 

363

Muziekinstrumentenfabrieken

30

10

30

 

10

2

2

30

2

 

 

 

51

GROOTHANDEL EN HANDELSBEMIDDELING

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

511

Handelsbemiddeling (kantoren)

0

0

10

 

0

1

1

10

1

 

 

 

5121

Grth in akkerbouwprodukten en veevoeders

30

30

30

 

30

2

2

30

2

 

 

 

5122

Grth in bloemen en planten

10

10

30

 

0

2

1

30

2

 

 

 

5125, 5131

Grth in ruwe tabak, groenten, fruit en consumptie-aardappelen

30

30

30

 

30

2

1

30

2

 

 

 

5132, 5133

Grth in vlees, vleeswaren, zuivelprodukten, eieren, spijsoliën

10

0

30

 

30

2

1

30

2

 

 

 

5134

Grth in dranken

0

0

30

 

0

2

1

30

2

 

 

 

5135

Grth in tabaksprodukten

10

0

30

 

0

2

1

30

2

 

 

 

5136

Grth in suiker, chocolade en suikerwerk

10

10

30

 

0

2

1

30

2

 

 

 

5137

Grth in koffie, thee, cacao en specerijen

30

10

30

 

0

2

1

30

2

 

 

 

5138, 5139

Grth in overige voedings- en genotmiddelen

10

10

30

 

30

2

1

30

2

 

 

 

514

Grth in overige consumentenartikelen

10

10

30

 

10

2

1

30

2

 

 

 

5156

Grth in overige intermediaire goederen

10

10

30

 

10

2

2

30

2

 

 

 

5162

Grth in machines en apparaten

0

0

30

 

0

2

2

30

2

 

D

 

517

Overige grth (bedrijfsmeubels, emballage, vakbenodigdheden e.d.

0

0

30

 

0

2

2

30

2

 

 

 

52

REPARATIE T.B.V. PARTICULIEREN

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

527

Reparatie t.b.v. particulieren (excl. auto's en motorfietsen)

10

0

10

 

10

1

1

10

1

 

 

 

60

VERVOER OVER LAND

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

6022

Taxibedrijven (maximaal 5 taxi's)

0

0

30

C

0

2

1

30

2

 

 

 

64

POST EN TELECOMMUNICATIE